Koksehoeve

Grens Gemert-Erp. De Koksehoeve in de zestiger jaren. Collectie Gemeentearchief
Grens Gemert-Erp. De Koksehoeve nu.

Het was gebruikelijk dat aan de doorgaande wegen in de lege heide en moeras van de Peel op de gemeentegrenzen herbergen stonden. Ook Gemert kende er meerdere, zo was daar de Roskam, de Drie Ossen, en de Pelgrimsrust. Deze Koksehoeve die vanwege haar ligging een ideale herberg vormde is als enige nog steeds in functie, maar met de Koksehoeve was toch wat meer aan de hand dan met de standaard herberg. De vroegste verwijzing naar een huis op deze plek is in de Middeleeuwen, in 1483, wanneer het Aa-huis, gelegen aan het riviertje de Aa verkocht word aan de toenmalige commandeur van Gemert, Marceliaen van Eynatten. Gemert was namelijk onderdeel van het bezit van de machtige religieuze ridderorde, de Duitse Orde, die haar hoofdkwartier in het kasteel van Gemert gevestigd had. Het werd daarna in pacht uitgegeven. Andere namen zijn ook wel ?128;™t Alde Gemunde?128;™ en in de 18e eeuw de Visserij gelegen op Cox. In de 13e eeuw wordt al gesproken van een visgeweer, een dam waar fuiken voor de visserij konden worden uitgezet bij Cox aan de Aa. Het Aa-huis speelt ook een rol in het ontstaan van het nabijgelegen kapelgehucht Esdonk en ligt bij een doorwaadbare plaats van de Aa, op de grens van Gemert met Erp. Mogelijkerwijs werd hier ook tol geheven. Het was de haven van Gemert, zowel voor de visserij als voor de aan- en afvoer van allerlei producten. Klot en koren werden afgevoerd, bouwmaterialen en mest werden aangevoerd. In 1750 werd een brug aangelegd over de Aa, uiteraard aan de doorgaande weg bij de doorwaadbare plaats. De Koksehoeve trok ook hiervan haar profijt. Het belangrijke kanaal Zuid-Willemsvaart, gegraven tussen 1822 en 1826 en de sluipenderwijs toenemende industriële vervuiling van die tijd maakten een eind aan de havenfunctie. Maar het gebruik van het pand als uitspanning voor voerlieden die hun wagens en karren hier konden stallen bleef in stand. Ook de tram, de zogenaamde Goede Moordenaar die Helmond en Den Bosch verbond via Veghel, kwam tot midden jaren dertig van de 20e eeuw langs. Als men mee wilde werd een lamp met een stuk rood papier voor het raam gezet en de machinist haalde de klant dan uit de herberg op. De tram werd de Goede Moordenaar genoemd vanwege de vele mensen die er onder, tegen of voor kwamen te vallen en over het algemeen overleden. In 1891 was bij deze herberg nog een botsing op een bocht van het trace waar twee met lang hout beladen karren tegen de tram aanschampten en alle ruiten eruit sloegen. Dit ongeval liep verder goed af. Verder werd de kermis voor Esdonk vanaf 1850 hier gegeven en was de herberg het stamcafé voor de schuttervereniging St-Hubertus, opgericht in 1849.

Maar wat is er nu overgebleven van al deze oude jaartallen? Er is in 1992 erg veel bijgebouwd maar het oudste gebouw is een langgevelboerderij uit 1905, en veel details van haar constructie zijn nog steeds herkenbaar, vooral aan de binnenkant. Het is dan ook een gemeentelijk monument.


Bronnen:

Monumentbeschrijving

J. Winkelmolen, 'In Gimmert hebbe ze 'm gaer': 100 jaar Gemertse cafe's in woord en beeld, Gemert in Beeld nr. 15, Heemkundekring de Kommanderij, Gemert

P. van den Elsen, Esdonk, de geschiedenis van een kapelgehucht, 1981, Heemkundekring De Kommanderij, Gemert

P. Lathouwers, Gemerts Nieuws 1881-1900: Berichten uit de Zuid-Willemsvaart 1881-1900, 1981, Heemkundekring de Kommanderij, Gemert