Hoeve Ten Hogen Aarle, Gemert

Oostelijk van de weg van de Mortel naar Bakel lag het goed Ten Hogen Aarle. De hoeve wordt voor het eerst vermeld in 1366 en is een van de oudste bezittingen van de adelijke familie Van Gemert. Omstreeks 1440 wordt Goyart Peter van Lankveld, man van Jenneke, dochter van Goyart van Gemert eigenaar. De hoeve blijft daarna lang eigendom van de jonkers Van Lankveld, maar wordt al snel opgesplitst in twee hoeven. In 1587 is er sprake van zowel het oude huis op Den Hogen Aerle, als het nieuwe huis aldaar, respectievelijk in het bezit van Jonker Goort van Lankveld de oude en Goort van Lankveld de jonge.

Ten Hogen Aarle was een hoeve met grachten er omheen. De gracht omvatte het gehele erf, zodat een bruggetje nodig was om op het erf te komen. Op de kadasterkaart van 1832 is nog een belangrijk deel van de gracht zichtbaar. Het betreft een dubbele gracht. Het aanzien en de status van de hoeve moet dan ook erg groot zijn geweest. Dat blijkt dus niet alleen uit het gegeven dat de hoeve eeuwenlang eigendom was van lokale adellijke families. In 1737 werd de hoeve eigendom van de kerk van Gemert. De grachten rondom de hoeve zijn geheel verdwenen. De hoeve is nog steeds bewoond. Rondom het 0.9 ha grote terrein zijn een aantal bolle akkers zichtbaar. Ten Hogen Aarle ligt dichtbij de Peelrandbreuk, aan de lage kant ervan, zodat gebruik gemaakt kon worden van het aanwezige wijstwater ten behoeve van de gracht.