Ashorst-Sneppenscheut (grafveld ijzertijd en Romeinse tijd)

Ashorst-Sneppenscheut (grafveld ijzertijd en Romeinse tijd)

In 1992 en 1993 werd in Mierlo-Hout een grafveld gevonden met grafheuvels uit de bronstijd, ijzertijd en Romeinse tijd. De crematieresten van overledenen werden begraven in een kuiltje in de bodem en soms in een urn. Rond het graf werd een greppel gegraven en de grond daaruit werd tot een heuveltje opgeworpen. Sommige graven lagen binnen een krans van palen. Op andere graven stonden gebouwtjes, zogenaamde dodenhuisjes. Tussen ongeveer 800 en 450 voor Chr., de vroege en midden-ijzertijd, werden er op de Ashorst tenminste 167 grafheuvels aangelegd. In de Romeinse tijd werden hier nog eens 114 begravingen bijgezet, tussen ongeveer 50 jaar voor Chr. tot 250 jaar na Chr.. Het grafveld was eeuwenlang een heiligdom waar mensen uit de omgeving regelmatig bijeen kwamen om de doden te herdenken en de seizoenen te vieren. Nabij het grafveld op de Ashorst-Sneppenscheut, bij de Windmolenstraat, zijn twee woon-stalhuizen en enkele tientallen bijgebouwen (spiekers) opgegraven. Van de gebouwen zijn alleen de paalsporen zichtbaar waar de staanders van de gebinten zijn ingegraven. De gebouwen passen in de bouwtraditie van de midden- en het begin van de late ijzertijd (ongeveer 500-200 jaar vóór Chr.). De huizen werden gebouwd van natuurlijke materialen (hout, riet, leem) en bleven maar een of twee generaties staan. Als de akkers uitgeput waren verhuisden de bewoners naar nieuw ontgonnen akkers. Daarom spreken we van ?128;˜?128;˜zwervende erven?128;™?128;™. In de huizen leefden het vee, samen met het gezin dat bestond uit grootouders, ouders en kinderen.