Archeologische opgraving: Achter de molen, Bakel

Achter de molen in Bakel ligt een van de belangrijkste opgravingen in de gemeente Gemert-Bakel. Er werden plattegronden van huizen, waterputten, en allerlei voorwerpen, uit de 8e tot 11e eeuw aangetroffen. Deze wijzen op het het bestaan van een gehucht voor verscheidene aansluitende eeuwen, waarna het perceel verder als akkerland dienst heeft gedaan. Het zijn tot nu toe de vroegste bewoningsporen van middeleeuws Bakel. Er is wel altijd vermoed dat bewoning in deze periode heeft plaatsgevonden maar het is nog niet eerder archeologisch aangetoond. Hieronder is de opgraving in actie te zien en daarnaast een overzicht van de verschillende gevonden sporen op de opgraving. Deze zijn zeer talrijk. Een aantal huisplattegronden, zoals die in de opgraving zijn aangetroffen zijn teruggebracht in de bestrating van de wijk Achter de Molen.


Bakel. De opgraving Achter de Molen is gaande.
Bakel. De kaart met alle gedane vondsten in de opgraving Bakel Achter de Molen.

In 2002 heeft de Leidse universiteit hier een archeologische opgraving uitgevoerd. Er zijn sporen uit verschillende tijden uit de geschiedenis aangetroffen. Zo wijst het aantreffen van een gering aantal vuurstenen werktuigen op het gebruik van het terrein (maar niet vaker dan af en toe) in de Oude Steentijd (300.000 tot 12.000 jaar geleden), de Midden-Steentijd (12.000 tot 4.000 jaar geleden) en de vroege bronstijd, waarbij over de aard van de uitgevoerde activiteiten weinig bekend is.

Vervolgens wordt het terrein aan het eind van de 9e eeuw bewoond. Twee woonhuizen verrijzen (na elkaar), waarbij vermoedelijk ook enkele bijgebouwen werden opgericht. Het is mogelijk dat de nu aangetroffen resten (vondsten en structuren) de randzone vormden van een grotere nederzetting. Deze zou zowel meer naar het zuiden, zuidoosten of zuidwesten hebben kunnen lopen. Vermoedelijk blijft het terrein voortdurend bewoond in de 10e eeuw, waarbij er mogelijk zelfs twee gelijktijdige huizen hebben bestaan. Er wordt een veelheid aan bijgebouwtjes geplaatst, waarbij de kern van de bewoning zich over het centrale deel van het opgegraven terrein ?128;˜Achter de Molen?128;™ uitstrekt. Verder worden er kuilen, waterputten en greppels gegraven. Dit kleine gehuchtje blijft vermoedelijk bewoond tot in de eerste helft van de 11e eeuw.

De huizen van deze fase zijn ?128;˜klassieke?128;™ voorbeelden van bootvormige boerderijplattegronden uit de volle Middeleeuwen. Rondom deze huizen werden ook bijgebouwen aangelegd en werden waterputten gegraven. Ergens in de 11e, 12e of 13e eeuw wordt vrijwel het gehele terrein in gebruik genomen als akkerland. Hierbij raakt het oude oppervlak van de nederzetting verploegd. Het gehele terrein blijft (vermoedelijk steeds intensiever) in gebruik als akkerland en op de kadasterkaart van rond 1830 valt het opgravingsterrein binnen de ?128;˜Molenakkers?128;™. Vermoedelijk is het opgravingsterrein pas de laatste honderd jaar in gebruik als grasland.